Omgevingswet en omgevingsplan

De Omgevingswet zet de boekenkast van het huidige omgevingsrecht flink op de kop. Maar als u goed kijkt ziet u dat alleen het uiterlijk anders wordt, de inhoud blijft in grote lijnen dezelfde. Maar voor degene die nieuwe wijn wil schenken in deze nieuwe zak is er goed nieuws! Deze forse stelselwijziging is een prachtkans! En dát is ook de achtergrondgedachte bij deze nieuwe wet.

Doelstelling van de wet. Gaat u daar maar eens voor zitten . . . . .

Wie de Memorie van Toelichting op de Omgevingswet er bij pakt, leest bij de verbeterdoelen van de Omgevingswet het volgende: “Vergroten van  inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht. Zorgen voor samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving. Vergroten van bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak. En, tot slot, het versnellen en verbeteren van besluitvorming” (p. 6 (33 962, nr 3)). Als u deze doelstelling zo leest, valt op te maken dat er het nodige hand is op het gebied van onze leefomgeving. En iets verderop in de Memorie van Toelichting maakt de wetgever dat nog een flinke slag explicieter richting onze bestuurders en hun adviseurs: “Ambtenaren en bestuurders moeten ‘de wil’ hebben om de fysieke leefomgeving integraal te benaderen. Er moet een einde komen aan risicomijdend gedrag en je mag je niet achter regels verschuilen. Biedt ruimte voor privaat initiatief en doe dat met een participatieve aanpak”.

Dit is nogal wat, als u het ons vraagt. De wetgever zet hoog in, en zet het lokaal bestuur flink aan het werk. Maar waar moeten we dan aan werken?  

Verbreding van de opgave

Er moet veel gebeuren volgens de wetgever. En daartoe worden een flink aantal wetten en regelingen samengevoegd tot één wet en enkele besluiten. Onze conclusie is evenwel dat er onder vigeur van de Omgevingswet geen fundamenteel verschil is met het huidig instrumentarium. Goede ruimtelijke ordening vraagt nu ook al een integrale benadering, en werken “met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke    leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften” (art. 1.3 van de Omgevingswet) is feitelijk niets meer, of minder dan dat het gezichtsveld nóg breder wordt.

Verbreding in het aantal beleidsvelden vergt méér afstemming tussen afdelingen en integraal  denken. Een regisseur is daarbij onmisbaar. Inhoudelijk zal de bestaande informatie anders geordend en op elkaar afgestemd moeten worden. Dit is een flinke puzzel. De belangrijkste opgave is te zorgen dat de puzzelstukjes op elkaar passen zodat het Omgevingsplan een totaalbeeld laat zien.

De vraag is volgens ons dan ook vooral hoe we niet verder verstrikt raken tussen alle regels

Afwegen, afwegen & afwegen

Waar in de dagelijkse ruimtelijke ordening het feitelijk al niet meer mogelijk was om alle vakdisciplines altijd even goed te bedienen, wordt dat bij een verbreed werkveld helemaal lastig. Centraal in de processen zal dan ook de afweging moeten komen staan, nóg meer dan nu al het geval. En er komt een moment dat je voor bepaalde deelaspecten een ‘zesje’, of soms zelfs een 5 moet accepteren.

De Omgevingswet geeft hier via de ‘instructieregels’ ook heel fraai de wettelijke ruimte voor. Maar ook hiervoor geldt wat ons betreft dat deze ruimte er anno 2019 ook al is, maar lang niet altijd genomen wordt. De Omgevingswet is dan ook, naast een forse technische-juridische herstructurering, vooral een cultuurvraagstuk.

Omgevingsplan: moet ik al wat doen, kan ik al wat doen?

De Omgevingswet zit slim in elkaar op het gebied van het Omgevingsplan. Vanaf de beoogde inwerkingtreding van 1 januari 2021 heeft elke gemeente per direct (en helemaal vanzelf) het eigen omgevingsplan. En dat (ene) omgevingsplan bestaat uit:

  • Alles wat dan op ruimtelijke plannen staat.
  • Een ‘Bruidsschat’ (art. 22.2 t/m 22.14 Ow). Zie voor meer info.
  • Regels als instructie van het rijk.

Het goede nieuws is dus dat als u niets doet, er op 1 januari 2021 niets fout gaat. Maar u zult begrijpen: een omgevingsplan dat bestaat uit een verzameling stukken en regelingen op diverse locaties is feitelijk onwerkbaar. En na 10 jaar stopt de overgangstermijn en voor die tijd moet u echt het nodige hebben gedaan.

Het mooie is dat er ook vandaag al veel mogelijkheden zijn om in lijn met de structuuropgave van de Omgevingswet aan de slag te gaan. Door kennis te nemen van een aantal technische-digitale en juridische principes die we vandaag de dag al kennen, kan bij het huidige dagelijkse werk heel gemakkelijk veel voorwerk voor straks verricht worden. Zie bijvoorbeeld welstandsnota Nunspeet.

Meer informatie

Nieuwsgierig geworden? Geprikkeld door deze informatie: bel een van onze adviseurs. We komen graag bij u langs. U kunt ook googlen en vele ppp’s doorbladeren: de meest recente van ons treft u hier. Daarin zijn ook enkele links opgenomen naar recente pilotprojecten.